KANE
 
Metro



Dennis van leeuwen (35) is de gitarist van kane, een van Nederlands succesvolste bands. Samen met Dinand Woesthoff richtte hij de band op. Dat Dinand de meeste (media)aandacht trekt, vindt hij een zegening.

In Kane frontman Dinand vond Dennis van Leeuwen een muzikant met dezelfde gedrevenheid als hij. Ambitie en talent leidden hen naar het succes.

Dinand en jij hebben Kane opgericht. Hoe kennen jullie elkaar?
“Zijn toenmalige vriendin en mijn toenmalige vriendin zaten bij elkaar in de klas op de Haagse hogeschool. Die deden een studie waarvoor ze alletwee zes maanden naar Spanje moesten. Ze zaten bij elkaar in een huisje in Zaragoza. Als ik mijn vriendin kwam opzoeken, luisterde ik naar opnamen van zijn bandje, als hij zijn vriendin opzocht, luisterde hij naar tapes van mijn bandje. Uiteindelijk begon hij een strandtent in Scheveningen. Hij had een bandje nodig. Door die tapes in Spanje wist hij dat ik in een band speelde. Toen kwam ik opdraven en hebben we na die gig vier uur lang een goed gesprek gehad in de caravan achter de strandtent. Dat gesprek ging over ambitie, over muziek willen maken. Ik had toen al in zoveel bandjes gezeten, een platencontract gehad, dat was faliekant misgelopen. Hij had in bandjes gezeten die de oefenruimte niet uitkwamen. In hem ontmoette ik een jongen die net als ik zó graag wilde…”

Het klikte meteen?
“Ik dacht altijd: ik wil liever dan de rest, maar dat had hij ook. Dat is een vereiste als je iets wilt gaan doen, denk ik. Hij wilde hetzelfde als ik. Daarnaast komen er ook andere dingen bij kijken. Talent. Maar wij klikten op die drive. Dinand had in de kelder van zijn huis een studio, daar hebben we dingen opgenomen. Hij ging over dingen die ik had gemaakt heen zingen en binnen no time hadden we vier nummers. We belden een drummer en een bassist en we gingen spelen, de eerste keer hier in de Vagabond. In een vóórprogramma. Kun je je voorstellen: een voorprogramma in de Vagabond, dat mag niet echt een naam hebben. Maar dat was wel onze eerste show. De tweede show was in Nighttown:daar was vijftien man. Maar er was wel iemand die bij de Free Record Shop werkte en later bij BMG. Die belde die platenmaatschappij: ‘Jongens, ik heb een bandje gezien. Daar moet je even naar komen kijken.’ Bij de derde show waren die mensen er ook. Drie maanden na de eerste show zaten we over een platencontract te praten. Dat was, gezien al die bandjes, demo’s, festival hier, festival daar, Grote Prijs van Nederland, wonderbaarlijk snel.”

Hoe verklaar je het dat het na al dat sappelen ineens wel lukte?
“Een combinatie van talent, geluk en ambitie. En drive. Vooral dat stukje ambitie en drive is beïnvloedbaar. Talent niet, niet heel erg, maar je kunt het wel trainen. En geluk is moeilijk tastbaar. Ik heb Dinand ontmoet, maar was dat geluk? Ik weet niet. Voor mij is dat ook wel een lotachtig ding. Het klikte op persoonlijk vlak in eerste instantie helemaal niet, eigenlijk. Hij vond mij maar een mannetje en ik hem.”

Jullie zijn eigenlijk de Lennon en McCartney van Kane?
“Ik vind het een heel mooi compliment, maar ik zou het zelf nooit zo noemen. Wij zijn gewoon Dinand en Dennis.”

Maar met zijn tweeën zijn jullie meer dan de som der delen?
“Ja. Als je dat bedoelt, dan klopt het wel. Bij ons is het zeker zo dat de som der delen groter is dan twee, ook omdat wij als personen niet hetzelfde zijn. Hij is echt een ander mens dan ik, maar wij respecteren elkaar om wie we zijn, hoe we dingen oplossen. Ik leer veel van hem, hoe hij doet en ik leer hem veel over hoe ik dingen aanpak. Dat gaat niet zonder slag of stoot, maar we zien de goeie dingen in elkaar – dan werkt het.”

Hij is degene die de meeste aandacht krijgt, niet altijd alleen in prettige omstandigheden. Hoe is dat voor jou?
“Ik voel mezelf niet de frontman. Altijd als ik bandleden zocht, was ik op zoek naar iemand zoals hij. Ik ga dat niet doen. Dus ook daar vullen we elkaar aan. Als hij op een podium staat - we speelden op het Malieveld voor dertigduizend man - pakt hij al die mensen. Hij speelt er mee. Hij heeft dat charisma, en dat is een zeer zeldzaam en uniek iets. Als je succes krijgt worden alle parameters anders. Als je er niet mee kunt leven dat een ander wel in de bladen staat en jij niet, heb je een probleem. Maar als je het een zegening vindt, is het oké. Snap je wat ik daarmee bedoel?”

Ja, want op het moment dat Guusje overleed, ging alle aandacht naar Dinand, maar daar zat hij helemaal niet op te wachten.
“Nee, natuurlijk niet. Zeker in die situatie. We zijn toen weggegaan . Dinand en ik zijn met zijn vader en zijn zus naar Indonesië gegaan - we zijn niet gevlucht, maar we zijn wel weggegaan. Het was echt niet normaal, het was één op één: iedereen wist wat er was gebeurd, van mijn oma tot meisjes van drie. Dan hoor je het gefluister overal waar je komt, dat is niet goed. Dat is de keerzijde.”

De muziek is door die ingrijpende gebeurtenis verdiept.
“Ja. Op Fearless heeft Dinand die situatie van zich afgeschreven op zijn manier. Die plaat heeft een heel andere klank, een andere kleur, een andere intensiteit. Het was wel zwaar om te doen. Het was natuurlijk een rouwproces, terwijl je eigenlijk iets aan het doen bent wat hartstikke leuk is. Wat ook leuk móet zijn. Dat is ook wat we toen in die strandtent besloten hebben: we vinden dit leuk, we houden van die bandromantiek.”