KANE
 
Nieuwe Revu

Respect! Respect! Respect!

Zo, hebben we dat gehad. Want dit verhaal gaat over Dinand Woesthoff. Die trouwens eigenlijk Mark heet. En Dinand wil respect, al bestaat dat begrip bij hem uit drie woorden; 1 respect, 2 weet, 3 je. En dat krijgt hij te weinig. Vindt Dinand. Tegelijk is zijn Kane de grootste rockband van Nederland. Kane speelde in december twee keer de Ahoy vol. Kane treedt volgende maand twee keer op in de Pepsi Stage zoals het gerecyclede Grace-theater tegenwoordig heet. Die schows in de cola-zaal zijn al lang en breed uitverkocht. En daarna gaat Kane de rest van Europa veroveren. Dat is het voornemen. Van Dinand. De man met een plan.

Vier jaar geleden kende nog geen mens Dinand. Althans, geen mens buiten Den Haag. Daar werkte Dinand -samen met zijn oudere zus Diane opgegroeid in een drive-inwoning in de toenmalige nieuwbouwwijk Wijdschildt in Gorinchem, zijn vader was op zondag scheidsrechter bij hockeywedstrijden- toen, in de mede door hem opgerichte strandtent Mecca. Hij had ook doctorandus in de bouwkunde kunnen zijn, als hij zijn scriptie over volkshuisvesting nog even met succes had verdedigd. Maar liever die strandtent. En die bandjes, al zag hij daarmee vooral de vier muren van het repetitiehok. Dat lag volgens Dinand voornamelijk aan die andere bandleden: hun inzet zou te gering zijn. Pas als gitarist Dennis van leeuwen op een dag in zijn strandtent speelt, treft Dinand iemand met een gelijke inzet. Ze richten een nieu bandje op, dat na talloze naamswisseling Kane gaat heten. Vertegenwoordigers van platenmaatschappij BMG zien het derde optreden van de band, met embryonale nummers voor een uit bij elkaar gebelde vrienden bestaand publiek. Op een staccato briefje doen ze verslag bij platenbaas Maarten Steinkamp. "Twee goede liedjes, uitvoering kut, mannetje top."BMG tekent het mannetje (Dinand) en zijn muzikale compagnon (Dennis). De andere bandleden wisselen nog te vak. Toen al. Kane is de eerste Nederlandse rockband bij BMG. Dus niet te alternatief graag, vindt Maarten "we zitten hier niet om cultuurprijzen te winnen, maar op platen te verkopen"Steinkamp, dan nog meest uitgesproken platenbaas van nederland, tegenwoordig internationaal topman bij BMG. Kane moet het "midden te marketen"zijn, vindt hij. Dus laat hij de band ruim de tijd nemen om aan hun nummers te werken. En keurt hij het eerste eindresultaat af. Tot zijn vernazing steigert Woesthoff niet, maar gaat hij mee: inderdaad, het kan beter, het moet beter. A-typisch zanger, die Woesthoff oordeelt Steinkamp. Vond hij ook al toen hij hem voor het eesrt zag: eindelijk eens een rockzanger die er niet uitziet : alsof hij drie dagen de rugslag heeft gedaan in een bad vol zoutzuur."Dinand schrijft nog een nummer vvoor Volumia!, het hitje Blijf bij mij, zingt een door hem zelf geschreven duet met Anouk op haar tweede album en speelt met Kane in plaatsen waarvan de gemiddelde Amsterdammer het bestaan niet eens vermoedt.

En dan komen de eerste single van Kane. Where do I go now. Hitje. Damn those eyes. Hit. En het album As long as you want this. Een commerciele knaller. Goud, platina, dubbel platina, awards, uitverkochte tournee, Pinkpop. Kane staat aan de top. In een keer. En blijft daar na november 2001 met het tweede, experimentelere album So glad you made it, dat inmiddels ook al de 120.000 verkochte exemplaren (drie keer platina) nadert. een keer Ahoy bleek in een kwartier uitverkocht, dus werd het tweemaal. Geen Nederlandse rockband deed het ze ooit voor. Wat kun je je als zanger van die band nog meer wensen?

Veel. Bandleden die net zoveel inzet hebben als Dinand zelf, bijvoorbeeld. Hij vindt dat ze maar schaars zijn. En daar draait hij niet omheen. De band die op de hoes van het eerste album staat, heeft de plaat niet ingespeeld - iets wat in de muziekindustrie overigens met grote regelmaat voorkomt. In zijn eerste interview met het blad Music Maker laat Dinand zich laatdunkend uit over de kwaliteiten van zijn drummer Cyril Directie. Het is het gesprek van de dag in de muzikantenwereld, want volslagen not done: een mede-bandlid afvallen in nota bene het lijfblad van muziekmakend Nederland. Bovendien geldt de ervaren Directie als een uitstekende drummer, en komt Dinand net kijken. Zeg maar:zoonlief leert papa neuken. Cyril blijft nog een tijd, maar verlaat in februari 2001 de band. Bij de opname van de tweede plat wordt ook zijn opvolger vervangen, en de band uitgebreid met twee leden. Over de redenen van de bandwisseling doet Dinand, niet alleen schrijver van alle teksten, maar ook van alle muziek en mede-producer van het album, niet moelijk: de lat moet hoger, punt uit. Kwaliteit gaat voor vriendjes. De nieuwe bezetting is inmiddels ook weer vervangen, en ook de vervangers van die vervangers zijn sinds een paar weken uit de band. Getreden, meldde Kane. gezet, meldden ze zelf. Kane bestaat nu -of eigenlijk nog steeds- uit Dinand en Dennis en sinds de tweede plaat drummer Martijn Bosman. Het lijstje met ex-muzikanten is inmiddels niet alleen imposant van lengte, maar ook van inhoud. Het is een lijst met mensen die gelden als de betere Nederlandse muzikanten. Eruit gezet door twee mensen die op die titel geen aanspraak maken. In dat eruit zetten is Dinand net zo onomwonden als zijn ambities. Tegelijk vormt het mechanisme erachter zijn achillespees : bandleden moeten vertrekken omdat ze niet door het vuur gaan voor de band. Maar Dinand is zo nadrukkelijk de artistiek en zakelijke leider, dat het begrip band eigenlijk een gotspe is. En als muzikanten hun ding niet kunnen doen in een band, omdat iemand anders dat al heeft uitgestippeld, dan gaan ze hun ding buiten de band doen. Maar dan gaan ze volgens Dinand niet door het vuur. En vliegen ze eruit. Voor de twee unplugged optredens zijn een tijdelijke bassist en toetsenist aangetrokken, vaste opvolgers willen Dinand en dennis de komende tijd werven met audties. Op de Kane-website zegt Dinand geinspireerd te zijn door Limp Bizkit, die het op dezefde manier hebben opgelost. Hij zegt er overigens niet bij dat die band nu zonder gitarist in de studio zit, omdat gteschikte kandidaten uitbleven.

Wat Dinand nog meer wil, is dat r-woord. Van de pers. Want de pers, vindt Dinand neemt Kane niet serieus. En dat komt, zo denkt Dinand, omdat de pers niet wil dat nederlandse bandjes -Dinand heeft het nooit over het toepasslijkere duo's- groot worden. Als Nederlandse bandjes groot worden, staat de pers klaar om hun kop af te hakken. Want wie in dit land met zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt... Enfin, Lees alle interviews met pierre Kartner van de afgelopen 86 jaar en u weet wat er volgt. Nu had Dinand al nooit zoveel op met wat hij beschouwt als een conglomeraat van het älternatieve circuit"en de "zogenaamde kwaliteitsbladen". In dat opzicht doet hij denken, aan zijn generatiegenoot Johan Nijenhuisen, regisseur van Costa en Volle Maan. Waar die zich er echter bij heeft neergelegd dat hij films maakt voor 15-jarige pukkelhoofden en daar zelfs een soort vrijbuitersrol aan ontleent, wil Dinand allebei: het applaus van de massa en de lof van de kritiek. Een spagaat waar hij nooit uit zal komen. Want hij maakt het nou eenmaal, die muziek die "in het midden te marketen"valt, zoals Steinkamp hoopte toen hij de band tekende. Kane speelt rock met een alternatief randje voor het grote publiek. En daar juichen critici doorgaans niet voor, die vinden wat bijvoorbeeld de Nederlandse geluidkunstenaar Spinvis doet interessanter, vernieuwender en spannender. En als er dan toch gerockt moet worden, dan liever meteen zo smerig als Peter Pan Speedrock.

Ten tijde van het eerste album had Dinand die frustraties nog niet, omdat hij toen ook zelf vond dat hij muziek schreef die allerminst vernieuwend was. Hij vond dat maar een overschat begrip, "vernieuwend". Goede tijdloze liedjes, daar ging het hem om. Maar toen hij op het tweede album stoeide met elektronic en voor zijn gevoel een grote stap voorwaarts zette, verwachte hij ook applaus van de popkritiek. Dat bleef uit. Die poppers hoorden gewoon nog steeds een wat gezwollen rockband met wat gezwollen teksten en een nu nog wat meer gezwollen sound. "Een rockband die een rockband naspeelt", oordeelde Peter Bruyn van de regionale GPD-dagbladen. Net als Nickelback, net als Creed. En dus ook goed voor dezelfde lauwe reacties als die bands. Omdat Kane uit nederland komt en dus het succes blijkbaar niet verdient, roept Dinand sidsdien. De massale en positieve aandacht voor het internationale succes van Jubkie XL bewijst de onzinigheid van die opvatting. Niettemin mept Dinand steeds wilder om zich heen. Hij ontpopt zich meer en meer als een kruising tussen Clarence Seedorf en een willekeurige LPFér, omdat de media het altijd hebben gedaan.

OOk de vergelijking met Rudeboy, zanger van urban Dance Squad, begint zich op te dringen. Die zag in de nadagen van de Squad zoveel complotten tegen zijn band dat Mel Gibson er in Conspiracy Theory bij verbleekte. Dinand houdt bij Barend& Van Dorp een tirade tegen een journalist van de Volkskrant, die hij eikeltje noemt. "Schaam je"zegt hij op Wiegeliaanse wijze recht in de camera. De aanleiding is de volgens Dinand "op de man gespeelde" kritiek van pot op Kane. Hij brengt het alsof de Volkskrant zijn band al jaren demoniseert. In werkelijkheid heeft Pot alleen de tweede cd van Kane en het optreden op Pinkpop negatief besproken. Een cluboptreden van de band kreeg in dezelfde krant een redelijk positieve recensie. En dat 'op de man spelen' betreft alleen de zangkwaliteiten van Dinand, volgens Pot een staaltje pompen en blazen dat tot nu toe aan de Rene Frogers van dit land was voorbehouden. Niet aardig, maar ook niet uniek: zelfs Barry hay beklaagde zich er onlangs in dit blad over dat hij Dinand niet kan verstaan. ook dit blad overigens afgedaan voor Dinand, nadat collega Guuz Hoogaerts zich weinig vleiend uitliet over cd's van Kane. Als er iemand bij een blad niet voor Kane is, is dat hele blad tegen kane en staat hij het aldus niet meer te woord: zo werkt dat bij Dinand. En vervolgens roept hij dat ook Rembrandt en Van Gogh pas na jaren erkenning kregen: om maar eens twee geestverwanten te noemen.

Dat verongelijkte gevoel strekt zich uit tot in de kleedkamer, zelfs tot op het podium. Zo speelde Kane ooit in de grote zaal van het Tilburgse 013, toen dezelfde avond in de kleinste zaal de inmiddels opgeheven Nederlandse hardcoreband Reaching Forward optrad. In de keuken ontmoetten leden van beide bands elkaar. De bassist van reaching Forward maakte grappen over de overeenkomst tussen beide bands: allebei Kutmuziek. Het kwam op een haar na tot een vechtpartij. Geen respect, weet je. Later deed Dinand dit incident af als het resultaat van dronkenschap bij de leden van reaching Forward. Hilarisch: dat was een band die het straight edge- gedachtegoed -de leer van totaalonthouding- uitdroeg. En toen kane vorig jaar een uitermate lauwe ontvangst kreeg op Bospop, een eerder oubollig dan alternatief popfestival, sneerde Dinand op het podium dat de band, "zeker niet alternatief genoeg" was voor het publiek. Altijd dat verongelijkte toontje . En ook altijd de compensatie: het hoog van de toren blazen. Op Pinkpop iets te nadrukkelijk opmerken dat hij net terugkomt uit het buitenland. Dat het tot het volk op die weide in Landgraaf maar even doordringt hoe blij het mag zijn dat de leden van kane nog een gaatje in hun agenda konden vinden. Altijd gooien met dure woorden en pretentieuze motieven, ook. Over het gevoel van het bandje. Welk bandje? Over dat die liedjes van kane niet gewoon liedjes zijn, maar een Verhaal vertellen. Maar vervolgens niet kunnen uitleggen wat dat verhaal dan is. Tja.

Het was een zomerdag in 1998 toen Dinand voor de muziek koos. Een warme en drukke dag. De geluidsinstallatie van strandtent Mecca bezeek onder het zeezout en de aanvoer van drank ging de mist in. Zo'n dag, kortom, waarop de wet van Murphy zich liet gelden. En Dinand zich realiseerde: het kan niet allemaal samen. Niet en muziek en strandtent. Het is of of. En wat het ook wordt: zonder voorbehoud. Dat roept Dinand al vanf het begin. Dat je het als band opneemt tegen andere bands, die ook allemaal ooit besloten hebben muziek te gaan maken. Dat dat besluit dus niet voldoet, dat het ontdaan moet zijn van alle mitsen en maren. Zijn eerder bandjes: hij moemt ze vaak, steeds als illustratie van waar het misgaat bij bands. Bij het commitment. Dat moet onvoorwaardelijk zijn. Het leek grootspraak. haagse bluf. Maar al die bandleden die nevenactiviteiten naast Kane wilden ontplooien, die ook tijd en ruimte voor eigen composities wilden vrijmaken en die er nu uitliggen: eigenlijk waren ze gewaarschuwd. Wie niet voor hem is, is tegen hem. En wie in Dinands perceptie niet "meegroeit", die valt af. Zelfs als Dinand in vrouwenbladen praat over vroegere relaties -tegenwoordig gaat hij met de inmiddels hoogzwangere Guusje Nederhorts- praat hij in die termen. Hij groeide, zij groeide niet mee, dus ja: helaas.

Vanuit zijn huidige standplaats Singapore kan Maarten Steinkamp nog steeds schatterlachend terugkijken op de verbazing waar hij in viel toen Dinand - het karakterverschil tussen Dinand en Dennis omschreef Steinkamp eerder als volgt: "Als Dennis en Dinand voor een gesloten deur staan, pakt dinand een breekijzer en is Dennis degene die zegt: laten we even bellen voor een sleutel" - in den beginne de burelen van BMG betrad. Dat begon meteen mee te praten over de opnamebudgetten, dat vroeg zich hardop af of BMG een rockband kon neerzetten, dat ploos de marketingplannen na een bleek een ijzeren geheugen te hebben voor terloopse toezeggingen, gedaan tijdens nachtelijke borrels. Ervaring in de muziekindustrie: nul-komma-nul. Maar he, met drie man een succesvolle strandtent opgezet: wat is eigenlijk het verschil? Dinand weet hoe hij iets moet verkopen. helemaal als dat iets zichzelf is.

Kane en het buitenland, tot nu toe beperkt het zich tot wat festivals en een hit in Portugal. het tweede album kwam in een paar landen uit, maar gecasht werd nergens. Dus probeert BMG het na de unplugged optredens opnieuw, met een album met daarop bewerkte versies van de beste nummers van beide platen. De Nederlandse popmuziek kent geen band die in de rest van Europa aan de top staat. Geen enkele. Dat ligt aan van alles en nog wat, maar in ieder geval ook aan de inzet van Nederlandse artiesten, heeft Maarten Steinkamp altijd betoogd. "Werken aan een carriere, ho maar. Na drieenhalve hit is het: waar blijft de limo, waarom heeft nog niemand uit new York gebeld en hoe laat ging die Concorde ook alweer?" Als er volgens diezelfde Steinkamp een artiest in Nederland rondloopt die wel begrepen heeft wat dat "werken aan een carriere" inhoudt, is het Dinand Woesthoff. Ex-bandleden die we voor dit verhaal spreken, anderen die met hem hebben gewerkt en enkele uitvoeringen eerdere ontmoetingen met de zanger bevestigen de indruk: bij Woesthoff, onbetwist leider van het tandem Dinand-Dennis, ligt de lat sky high. Zijn inzet is onomstreden. de band werd razendsnel getekend -Dinand weet tot zijn irritatie dat hem dat de verdenking van een band van de tekentafel heeft opgeleverd, waar hij toch al geldt als een zondagskind- en speelde al snel voor volle clubs. Maar de enkele keren dat kane in een zaal voor de lokale dronkaards en het barpersoneel optrad, was de inzet eveneens honderd procent. Dat kan niet iedere band met droge ogen over zichzelf beweren.

Altijd is hij bezig aan de volgende stap. Hij is weggebleven uit het feesttenten-circuit waar nederlandse rockbands vaak blijven hangen - als ze er al terecht komen. Na de Ahoy-optredens verklaarde hij over twee jaar in de kuip te willen spelen. En daar heeft hij wel een punt"zo'n openlijke ambitie is on-Nederlands. Daar wordt om gegniffeld. De Kuip! Die Dinand.

Maar die Dinand heeft slechts een inzet: de top. En nooit, zei hij bij een eerdere ontmoeting, wil hij achteraf het idee hebben dat hij niet alles heeft gedaan om daar te komen. Of de mensen om hen heen. Dus vervangt hij ze zo gauw hij ook maar de indruk krijgt. Da's vervelend voor die mensen. Maar zo zegt Steinkamp: als je gaat voor "the kill" ga je voor the kill. En dan zijn dit uiteindelijk kleine hobbels in het grote verhaal. Dinand gaat voor "the kill". En vanuit de loopgraven ervaart hij een grote boze buitenwereld die zit te wachten tot hij op zijn bek gaat. Dus graaft hij zich nog dieper in en wenst hij alleen nog verantwoording af te leggen en zaken te doen met degene die zijn strijd begrijpen en zijn eergevoel niet aantasten. Daarom praat hij niet met bladen die zijn muziek niet goed vinden ook al is dat een volslagen worst case scenario voor de promotieafdeling van zijn platenmaatchappij. Daarom lopt hij weg als een fotograaf van OOr hem afgelopen najaar verzoekt voor de foto van de kerstcover zo broeierig mogelijk in een decor vol schaars geklede vrouwen plaats te nemen. Leek de fotograaf wel leuk. Nou, leek Dinand niet, dus moest die fotograaf maar lekker een ander zoeken. En daarom heeft hij geen zin aan de pers te verklaren waarom zijn band weer twee leden armer is. Het is toch zijn band? Als een directeur van een fabriek een personeelslid ontslaat, hoeft hij dat toch ook niet aan journalisten uit te leggen? Nou dan.

Het is een wat eh... ongebruikelijke opstellingen in de muziekindustrie. Maar in zekere zin ook een verademing in wat Heideroosjes-zanger Marco Roelofs ooit de "He hallo, wat zie je er goed uit cultuur" noemde: van hypocrisie, gedraai of geslijm kan Dinand Woesthoff niet worden beschuldigd. Slaagt zijn grote plan, dan kan hij met recht iedere dag Sinatra's My Way uit volle borst zingen. Slaagt het niet, dan koestert hij de geruststelling dat het aan zijn inzet niet heeft gelegen. En valt te hopen dat hij het plan tijdig aanpast en zijn commerciele zegeningen in eigen land telt. Anders wacht hem een verongelijkte verbittering, waarvoor alle voorteken aanwezig zijn. En een Rudi Carrell is wel voldoende.

"100 procent respect voor de weg die we moeten gaan," vraagt Dinand aan de kanefans op zijn website. "Dit is die weg." Of daar inmiddels nog misverstanden over konden bestaan.